Zonnepanelen kunnen voor buren hinder veroorzaken door de weerkaatsing van zonlicht. Maar wanneer is die hinder juridisch gezien onrechtmatig? En betekent onrechtmatige hinder automatisch dat de zonnepanelen moeten worden verwijderd? De Rechtbank Limburg boog zich onlangs over deze vragen.
Schittering door 30 zonnepanelen
De eigenaren van een woning hadden in 2022 dertig zonnepanelen op het dak van hun garage laten plaatsen. Achttien panelen waren gericht naar de tuin en woning van hun buurman. Deze buurman ondervond overlast door de schittering van het zonlicht. Overleg en mediation leverden geen oplossing op, waarna hij naar de rechter stapte.
De buurman vorderde aanpassing of verwijdering van de PV-installatie. Ter onderbouwing liet hij onder meer onderzoek doen naar de schittering en lichthinder.
Wanneer is hinder onrechtmatig?
Op grond van artikel 5:37 BW mag een eigenaar aan eigenaren van andere erven geen hinder toebrengen voor zover deze hinder volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is.
Of hinder onrechtmatig is, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aard, ernst en duur van de hinder, de daardoor veroorzaakte schade en de belangen die met de hinder veroorzakende activiteit worden gediend. Ook speelt een rol of maatregelen mogelijk zijn om de hinder te voorkomen en welke kosten daarmee gemoeid zijn.
Substantiële aantasting van het woongenot
Uit de overgelegde onderzoeken bleek dat bij mooi weer van april tot september tussen ongeveer 11.30 en 14.00 uur schittering in de tuin en op het terras van de buurman optrad. Rond het middaguur kon deze schittering gedurende ongeveer anderhalf uur zichtbaar zijn.
Volgens de kantonrechter werd hierdoor het woongenot substantieel aangetast. De rechter kwam daarom tot het oordeel dat in beginsel sprake was van onrechtmatige hinder. Daarbij was niet noodzakelijk dat werd vastgesteld dat bepaalde normen voor de maximale lichtsterkte werden overschreden. De duur, het tijdstip en de plaats van de schittering waren in dit geval voldoende.
Zonnepanelen hoeven toch niet weg
Opvallend is dat de zonnepanelen ondanks dit oordeel niet hoefden te worden verwijderd of aangepast.
De kantonrechter woog namelijk ook de belangen van de eigenaren van de zonnepanelen mee. De panelen vormden de voornaamste energievoorziening van hun gasloze woning en werden het gehele jaar gebruikt. Verplaatsing van de achttien zonnepanelen was bovendien niet goed mogelijk zonder verlies van opbrengst en aanvullende kosten.
Ook andere oplossingen bleken niet reëel. Het aanbrengen van een anti-schitteringscoating zou gevolgen hebben voor de garantie en voor het onder een andere hoek plaatsen van de panelen was medewerking van de gemeente nodig, die daartoe in beginsel niet bereid was. Andere onderzochte maatregelen bleken evenmin uitvoerbaar.
De belangen van de eigenaren bij behoud van de installatie wogen uiteindelijk zwaarder dan het belang van de buurman bij het beëindigen van de hinder. Zijn vordering tot aanpassing of verwijdering werd daarom afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?
De uitspraak laat zien dat de constatering dat sprake is van onrechtmatige hinder niet zonder meer betekent dat de rechter ook verwijdering of aanpassing van zonnepanelen zal bevelen.
Bij een burengeschil over zonnepanelen zal steeds naar de concrete omstandigheden moeten worden gekeken. Niet alleen de ernst en duur van de hinder zijn van belang. Ook de belangen van degene die de zonnepanelen gebruikt, de beschikbaarheid van alternatieven en de kosten en praktische uitvoerbaarheid van maatregelen kunnen uiteindelijk doorslaggevend zijn.
Rechtbank Limburg 8 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6585
Publicatie blog: 17 september 2026
