Een strook grond langs een sloot blijkt kadastraal toe te behoren aan het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard (HHSK), terwijl de aangrenzende eigenaar deze strook al decennia als tuin gebruikt. Is sprake van verkrijgende of bevrijdende verjaring? De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend en wijst ontruiming toe – maar zonder gebruiksvergoeding.
De kern: is door verjaring eigendom verkregen?
Tussen partijen stond vast dat het perceelsgedeelte juridisch eigendom van HHSK is. Het geschil spitste zich toe op de vraag of gedaagde door verjaring eigenaar was geworden.
Juridisch kader
De rechtbank zet het bekende kader uiteen:
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW): 10 jaar bezit te goeder trouw.
Bevrijdende verjaring (art. 3:105 jo. 3:306 BW): 20 jaar onafgebroken bezit, ook zonder goede trouw.
Bezit moet openbaar en ondubbelzinnig zijn (art. 3:108 e.v. BW).
De maatstaf is objectief en naar verkeersopvatting.
De drempel voor inbezitneming van onroerende zaken is hoog (HR 24 februari 2017, HR 18 september 2015).
De bewijslast rust op degene die zich op verjaring beroept (art. 150 Rv).
Aangevoerde bezitsdaden
Gedaagde stelde dat hij sinds 1989 eigenaar is van zijn woning en dat de tuin visueel tot aan de waterkant liep. Er was geen markering of kadastrale aanduiding waaruit bleek dat de strook niet tot zijn perceel behoorde.
Hij voerde drie bezitsdaden aan:
Aanbrengen walbeschoeiing (1990)
Op eigen kosten aangelegd om afkalving tegen te gaan.Ophogen van de tuin
Ter voorkoming van verzakkingen.Beplanting en laag schapengaashek
Onderdeel van de tuininrichting.
Oordeel van de rechtbank
1. Geen doorslaggevend belang aan ontbreken hoog hek
Hoewel geen hoog hek was geplaatst, achtte de rechtbank dat niet beslissend. Bezitsverlies vereist immers niet dat de oorspronkelijke eigenaar volledig buitenspel staat.
De sloot fungeerde als natuurlijke afscheiding. Toegang voor HHSK was feitelijk alleen mogelijk via het water.
2. Tuininrichting is onvoldoende
Het enkele gebruik als tuin – beplanting, inrichting – kan hooguit ondersteunend zijn, maar vormt geen ondubbelzinnige bezitsdaad.
3. Walbeschoeiing niet ondubbelzinnig en niet openbaar
De walbeschoeiing diende om afkalving van het (eigen) perceel te voorkomen. Zij stak slechts enkele centimeters boven het water uit en was nauwelijks zichtbaar vanaf de overzijde.
Daarmee ontbrak het openbare karakter en was voor HHSK niet kenbaar dat eigendom werd gepretendeerd.
Conclusie rechtbank
De combinatie van gedragingen is onvoldoende voor openbaar en ondubbelzinnig bezit.
Het beroep op verjaring faalde.
Rechtbank Den Haag, 3 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22983
