Kan een opdrachtgever een onderaannemer rechtstreeks aansprakelijk stellen voor een fout, terwijl tussen hen geen overeenkomst bestaat? Over die vraag oordeelde de Rechtbank Overijssel in een zaak over een verkeerd aangesloten waterontharder.
Een particuliere opdrachtgever had Technipro opdracht gegeven voor installatiewerkzaamheden in haar woning. Technipro schakelde daarvoor verschillende zelfstandige onderaannemers in. In 2022 ontstonden blazen en scheuren in de gietvloer. Uit onderzoek bleek dat de afvoerslang van de waterontharder niet op de afvoer was aangesloten. Hierdoor was gedurende langere tijd water onder de vloer gestroomd en was aanzienlijke schade ontstaan.
De opdrachtgever stelde eerst Technipro aansprakelijk. Technipro werd bij verstek veroordeeld tot betaling van € 32.000, maar bood geen verhaal. Vervolgens sprak de opdrachtgever een van de onderaannemers rechtstreeks aan en vorderde € 25.652 aan herstelkosten. Volgens haar had deze onderaannemer de waterontharder geïnstalleerd. De onderaannemer betwistte dat.
Eerst moet worden bewezen wie de fout maakte
De rechtbank stelt voorop dat de opdrachtgever moet bewijzen dat juist deze onderaannemer de waterontharder heeft geïnstalleerd. De onderaannemer had dit gemotiveerd betwist en stukken overgelegd waaruit zou kunnen volgen dat een andere zelfstandige daarvoor opdracht had gekregen. Op grond van artikel 150 Rv rust de bewijslast daarom op de opdrachtgever. Zij krijgt gelegenheid bewijs te leveren, eventueel door het horen van getuigen.
Wanprestatie onderaannemer kan ook onrechtmatige daad zijn
Interessant is dat de rechtbank alvast beoordeelt wat geldt als de opdrachtgever in dit bewijs slaagt. Tussen opdrachtgever en onderaannemer bestaat immers geen overeenkomst. Een tekortkoming van de onderaannemer tegenover de hoofdaannemer levert volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet automatisch een onrechtmatige daad tegenover de opdrachtgever op. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist.
Relevant zijn onder meer de hoedanigheid van partijen, de aard van de overeenkomsten, de kenbaarheid van de belangen van de opdrachtgever, de ernst van de fout, de omvang van de schade en de mogelijkheid voor de opdrachtgever om zich tegen het nadeel in te dekken.
Volgens de rechtbank wijzen die omstandigheden hier in de richting van rechtstreekse aansprakelijkheid. Het ging om werkzaamheden aan de woning van een particuliere opdrachtgever. Het niet aansluiten van de afvoerslang was een cruciale en ernstige fout. De onderaannemer wist bovendien voor wie de werkzaamheden werden verricht en had regelmatig rechtstreeks contact met de opdrachtgever over verschillende installatiewerkzaamheden. Voor de opdrachtgever fungeerde hij feitelijk als rechtstreeks aanspreekpunt.
Ook de gevolgen waren aanzienlijk. De beschadigde vloer bracht niet alleen hoge herstelkosten mee, maar vormde tevens een valgevaar voor de destijds ongeneeslijk zieke en immobiele echtgenoot van de opdrachtgever. Bovendien bood Technipro geen verhaal en kon de opdrachtgever zich niet tegen deze schade indekken.
De rechtbank oordeelt daarom dat, als bewezen wordt dat de aangesproken onderaannemer de waterontharder heeft geïnstalleerd, hij tegenover de opdrachtgever heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Er is dan sprake van een onrechtmatige daad.
Algemene voorwaarden helpen de onderaannemer niet
De onderaannemer beriep zich nog op een aansprakelijkheidsbeperking in zijn algemene voorwaarden en stelde dat hij deze via de zogenoemde paardensprong ook tegenover de opdrachtgever kon inroepen. Dat beroep wordt afgewezen. Niet was aangetoond dat de algemene voorwaarden überhaupt van toepassing waren op de overeenkomst tussen de onderaannemer en Technipro.
Conclusie
Een opdrachtgever kan een onderaannemer niet zonder meer rechtstreeks aanspreken voor een uitvoeringsfout. Een wanprestatie tegenover de hoofdaannemer is immers niet automatisch een onrechtmatige daad tegenover de opdrachtgever. Bij een ernstige fout en voldoende bijkomende omstandigheden kan de onderaannemer echter wél rechtstreeks aansprakelijk zijn.
De zaak is nog niet definitief beslist. Eerst moet de opdrachtgever bewijzen dat juist deze onderaannemer de waterontharder heeft geïnstalleerd.
Rechtbank Overijssel 10 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3482
Publicatie blog: 28 augustus 2026
